Wat is er aan de hand
Bedreiging voor water en milieu
Grootschalige en kleinschalige mijnbouw hebben te kampen met ieder zijn specifieke problematiek.
De grootschalige mijnbouw maakt onder andere gebruik van cyanide: een schadelijke stof waardoor de omgeving wordt vervuild. Als een mijn is uitgeput, rest een verwoest land en afvalbergen met het dodelijk gif cyanide, dat nog jarenlang een gevaar vormt voor de volksgezondheid. Door het weglekkend mijnafval sijpelt de cyanide door in het grondwater en wordt meegenomen door de rivieren. Dit is een risico voor de gezondheid van de lokale bevolking In de goudmijnbouw wordt veel water gebruikt. Hierdoor vormt de aanwezigheid van een mijn een bedreiging voor het drinkwater in de omgeving.
Kleinschalige mijnwerkers maken gebruik van kwik. Voor 1 kilo goud is 1,3 kilo kwik nodig . Veel hiervan komt in het milieu terecht. Het wordt meegenomen in rivieren en verspreid over een groot gebied. Ook de aanraking met kwik kan een groot risico voor de gezondheid opleveren.
Weinig werkgelegenheid
Goudmijnbouw levert bij de aanleg van de mijn wel wat werkgelegenheid op voor de lokale bevolking. Maar uiteindelijk zijn de effecten voor mens en milieu negatief. Vaak komt na een tijd de lokale bevolking tegen de mijnbouw in opstand. De kleinschalige mijnbouw wordt met name bedreven uit armoede. Hun werk is vaak illegaal en de werkomstandigheden zijn gevaarlijk en onveilig. Slimme opkopers kunnen mijnbouwers gemakkelijk onderbetalen.
Het mijnbedrijf dat in San Marcos actief is, laat de bevolking niet meeprofiteren van de ontwikkeling. Het biedt weinig werkgelegenheid en belasting hoeft het nauwelijks te betalen. Slechts 1% van de opbrengst blijft in Guatemala. De sociale en economische gevolgen zijn direct voelbaar. De lokale bevolking komt in opstand maar door een beleid van verdeel en heers probeert het bedrijf het verzet van de gemeenschappen te verzwakken.
Verwoest land
Regeringen geven concessies af aan westerse mijnbouwbedrijven. In Guatemala bijvoorbeeld zijn er zoveel afgegeven dat mijnbouwbedrijven nog jarenlang hele stukken land mogen afgraven. De bevolking wordt over de uitgifte niet juist geraadpleegd terwijl zij wel met alle gevolgen te maken krijgen. Ze worden verdreven van hun land en moeten elders een bestaan vinden. Als een mijn is uitgeput, blijft de bevolking achter met een verwoest land en afvalbergen vol cyanide die nog jarenlang een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Van de enorme winst die grootschalige buitenlandse mijnbouwbedrijven maken, betalen ze erg weinig belasting aan de nationale overheid. Het is de vraag of de lokale overheid daar nog iets van terugziet.




