Roozen: 'WRR onderschat rol van bedrijfsleven'

5 februari 2010
WRR rapport Minder pretentie, meer ambitie

'De ontwikkelingssamenwerkingssector is nog te veel een gesloten circuit met een eigen bedrijfscultuur' betoogt Solidaridad-directeur Nico Roozen. Dit betoog verscheen ook in het Financieel Dagblad van vrijdag 5 februari 2010.  

'Het rapport over ontwikkelingshulp dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onlangs publiceerde, stoelt op twee jaar studie en gesprekken met vijfhonderd betrokkenen. Opvallend is dat in de lijst van geïnterviewde personen geen enkele captain of industry voorkomt. Het bedrijfsleven is niet geraadpleegd of het moet zijn in het pro forma bezoek aan werkgeversvoorzitter Wientjes. Dit is kenmerkend voor de ontwikkelingssector.

De sector is te veel een gesloten circuit met een eigen bedrijfscultuur. Terwijl het rapport terecht constateert dat ontwikkelingshulp maar een fractie uitmaakt van de geldstroom naar ontwikkelingslanden. Investeringen, kredietverlening en handelsstromen zijn meer bepalend voor de richting van ontwikkelingsprocessen. Daaraan meesturen is ontwikkelingsrelevant.

Het rapport van de WRR analyseert deze relaties niet en gaat voorbij aan de vernieuwing die volop gaande is in het regeringsbeleid en bij niet-gouvernementele organisaties die juist op het terrein van samenwerking met het bedrijfsleven het voortouw nemen.

Het gesloten karakter verklaart in hoge mate waarom de aanbevelingen van de WRR niet echt vernieuwend zijn. De aanbevelingen breken de ontwikkelingssector niet open, leggen geen nieuwe verbanden en definiëren geen uitdagingen die gerelateerd zijn aan de nieuwe thema's voor de komende decennia.

De WRR grijpt terug op oude denkwijzen, wil de weg terug van samenwerking naar hulp, wil een nationale uitvoeringsorganisatie als NLAid en sluit daarmee bijzondere ontwikkelingsdeskundigheid op in regeringsbeleid en hulprelaties. Terwijl de toekomst ligt in internationale samenwerking, gekoppeld aan een globaliseringsagenda, waarbinnen de private sector de motor zal moeten zijn voor duurzame ontwikkeling in Noord en Zuid.

Het gaat om de koppeling tussen de noodzakelijke transitie van de westerse economie naar een duurzame energievoorziening en duurzame economische ontwikkeling voor de armen. Centraal staat hierin de verduurzaming van productieketens. Onze 'voetafdruk' in het buitenland is groot en vormt een belemmering van groeikansen in ontwikkelingslanden.

Verduurzaming van ketens is bij uitstek een thema waarin de overheid moet samenwerken met maatschappelijke actoren: bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de kenniswereld. Ketens zijn multidimensionaal.

Een voorbeeld hiervan is het Initiatief voor Duurzame Handel van minister Koenders. Dat initiatief is een stakeholder-samenwerking, waarin de deelnemers gezamenlijk werken aan verduurzaming van internationale ketens, met aandacht voor mens, milieu en economie door de hele keten heen.

Verbeterprogramma's in het begin van de keten in ontwikkelingslanden en het commitment van westerse bedrijven om hun producten bij voorkeur en tegen betere prijzen aan de oorsprong in te kopen zijn nieuwe vormen van internationale samenwerking. Zo krijgen marktprocessen een maatschappelijk gewenste uitkomst. Er wordt een krachtige combinatie beproefd van handel, investeringen, krediet en hulp. In dergelijke verbanden ligt de toekomst van de internationale samenwerking.

Zo wordt de eigen deskundigheid van ontwikkelingsorganisaties getest. Die wordt niet als vanzelfsprekend voorondersteld vanuit de goede bedoelingen van de organisatie of de privileges die ze heeft op gegarandeerde toegang tot overheidsbudgetten.'

© Solidaridad 2008 | Colofon | Gebruiksvoorwaarden Giro: 1804444CBF-keurmerkANBI-statusISO-gecertificeerd