Kort geding DE geen onverdeeld genoegen

Dinsdag 2 maart jl. diende bij de rechtbank in Alkmaar het kort geding van Douwe Egberts tegen de gemeenten Alkmaar en Den Helder. Op het laatste moment meldde de stichting Max Havelaar zich nog als partij. Nico Roozen was als ‘deskundige’ ter zitting aanwezig. Erik de Wit, hoofd communicatie bij Solidaridad, vroeg hem naar zijn ervaringen.
Hoe was het verloop van de zitting?
De rechtszitting begon met een ordedebat. De stichting Max Havelaar had zich op het laatste moment gemeld als partij in de zaak. Eerder zou een vertegenwoordiger van de stichting, gelijk aan mijn rol, als ‘deskundige’ hebben opgetreden. Een ‘partij’ heeft meer rechten: er mag een advocaat ingebracht worden, men heeft een langere spreektijd en de partij kan eventueel in hoger beroep gaan tegen een vonnis. Om toegang te krijgen moet het eigen ‘belang’ aangegeven worden. Na de toelichting vanuit Max Havelaar en een schorsing voor intern beraad besloot de rechter de stichting toe te laten. “Er moest zwaarder geschut ingezet worden tegen jouw bijdrage”, was de indruk van de advocaat van Douwe Egberts. Vervolgens krijgt de zitting zijn strak geordend verloop. De drie partijen worden in de gelegenheid gesteld hun pleitnota toe te lichten. Vervolgens is er gelegenheid voor repliek en kunnen de partijen op elkaar reageren. In totaal nam deze gang van zaken vier uur in beslag. De rechter beperkte zich tot een rol van regisseur. De spreektijd werd netjes verdeeld. Hij stelde geen vragen en liet zeker niet blijken in welke richting zijn oordeel zou gaan. Over twee weken zal uitspraak gedaan worden.
Wat is jouw taxatie ten aanzien van de uitspraak?
Die taxatie is moeilijk te maken. En alles wat ik er over zeg is onverstandig. We zien met vertrouwen de uitspraak tegemoet. Zo heet dat toch?
Wat is er te zeggen over de inhoud van de verschillende bijdragen?
Een deel van de bijdragen gaat over de juridische aspecten van aanbestedingen. Dat is een weerbarstige materie, vol met jargon en tegengestelde visies. Ik waag me niet aan een oordeel. De maatschappelijke aspecten kan ik beter beoordelen. De gevoerde discussie over de bijdrage die verschillende keurmerken kunnen leveren aan verduurzaming ervoer ik toch vooral als weinig verheffend. De advocaat van Max Havelaar heeft de zaak op scherp gezet. Ik blijf het schokkend vinden om een betoog aan te moeten horen dat erop neer komt dat Max Havelaar het ‘beste’ systeem is en de meetlat voor alle andere systemen. En dat na 22 jaar met zeer bescheiden marktaandelen.
Wat is de essentie van de betoogtrant van Max Havelaar?
In de woordenbrij is het nog niet zo eenvoudig te ontrafelen wat er nu eigenlijk beweerd wordt. Ik probeer hun benadering schematisch voor te stellen om de essentie te kunnen begrijpen. In de kern komt het betoog op het volgende neer. Het gaat over duurzaamheid; daar zijn we het over eens. In de benadering van Max Havelaar wordt in stap twee duurzaamheid gelijkgesteld met de vijf systeemkenmerken van Max Havelaar. In stap drie wordt geconcludeerd dat het Max Havelaarkeurmerk aan deze kenmerken voldoet. Nogal wiedes zou ik zeggen. Dan constateert men dat er (helaas) ook nog andere keurmerken bestaan. Deze keurmerken moeten zich verantwoorden tegenover het Max Havelaarkeurmerk en worden allen te licht bevonden omdat zij andere systeemkenmerken hebben dan Max Havelaar. Het EKO-keurmerk is eigenlijk alleen goed als het in combinatie gevoerd wordt met het Max Havelaarkeurmerk en de MVO-keurmerken voldoen niet omdat hun werkwijze anders is. Dit levert dit plaatje op:

Wat stelt Solidaridad daar tegenover?
Ook wij starten bij duurzaamheid als doelstelling. In stap twee zoeken we een definitie voor duurzaamheid waarover in brede kring consensus bestaat. In stap drie constateren we dat er meerdere systemen bestaan die op hun eigen manier proberen bij te dragen aan het behalen van deze doelstellingen. De systeemkenmerken van deze keurmerken zijn verschillend en wel op goede gronden. Er is niet zomaar een autoriteit die een gezaghebbende beoordeling van deze systeemkenmerken kan maken en het is ook weinig zinvol dat te doen, niet anders dan door de meting van de impact van de verschillende modellen. Niet de weg waarlangs de doelstelling bereikt wordt maar of de doelstelling bereikt wordt is de relevante vraag. Deze benadering leidt tot een breed speelveld met deelbijdragen van meerdere partijen. Max Havelaar is niet de norm. Ook dit model zal zich moeten verantwoorden over haar bijdrage aan de verduurzaming van ketens.

Maar Max Havelaar stelt dat zij de andere keurmerken niet wil uitsluiten?
Dat is feitelijk onjuist. De stichting hanteert een doorzichtige truc. Men stelt de eigen systeemkenmerken centraal en constateert dan dat de andere systemen, bijvoorbeeld op zaken als het hanteren van een minimumprijs of een premium, een ander model volgen en daarmee worden deze modellen uitgesloten van de aanbestedingsprocedure. Er vindt een voorselectie plaats waardoor een bedrijf als DE zelfs geen offerte kan uitbrengen.
Zo schandalig is het toch niet?
Zo is de situatie en niet anders. Eerlijke handel betekent voor mij ook een eerlijke aanbestedingsprocedure.De markt moet tegen monopolies beschermd worden, ook de duurzame markt. De advocaat van de gemeente waagde het op een bepaald moment te stellen dat het beter zou als ‘DE een lager marktaandeel zou hebben’. Dat is echt over de schreef.
Max Havelaar heeft weer een dringend beroep gedaan op DE om het Max Havelaarkeurmerk te gaan voeren. Waarom doet DE dat niet?
Dat doen ze niet omdat DE gekozen heeft zijn volledige volume koffie te verduurzamen. Men ziet duurzaamheid als een toegevoegde waarde voor het merk; Douwe Egberts waar men trots op is. Duurzaamheid is niet iets voor een deel van het assortiment, voor dat deel dat geconsumeerd wordt door de bewuste consument. Het bedrijf is zich bewust van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze strategie verdient brede maatschappelijke waardering. Dit is precies waar het om gaat: duurzaamheid is een randvoorwaarde voor de kernprocessen van het bedrijf. DE heeft dit goed begrepen en past dit uitgangspunt consequent toe. Het is voor mij onbegrijpelijk dat veel ontwikkelingsorganisaties dit niet begrijpen.
De ontwikkelingswereld is over je heen gevallen omdat je in de rechtszaak getuigde voor DE. Hoe heb je dit ervaren?
Alles went. Men viel over me heen toen ik Max Havelaar oprichtte in 1988. De wereldwinkels zouden immers het loodje leggen. In 2001 traden we toe tot de stichting UTZ Certified. Het zou verraad zijn aan Max Havelaar. Nu weer een nieuwe variant in de discussie. Vernieuwing komt niet zonder discussie en conflict. We blijven onze positie toelichten en ook nu zal het wel weer goed komen. Natuurlijk voer ik de discussie ook liever in een vergaderzaal dan in een rechtszaal. Maar je bent geen betrouwbare partner van een bedrijf als je niet op zo’n belangrijk scharniermoment hun positie ondersteunt. Dat verbindt en vertaalt zich op den duur in een hoger commitment. Ik zou het laf gevonden hebben als ik daartoe niet bereid zou zijn geweest.
EdW 4.3.2010





