Een eerlijk verhaal over Max Havelaar

Eén en hetzelfde onderzoek, verschillende berichten. NRC.next kopt 'Blijf vooral je Fair Trade koffie drinken' en geeft aan dat Fair Trade werkt. De Volkskrant zet een groot vraagteken bij de vraag of 'de Max Havelaar-boer wel echt beter af is'. Wie heeft gelijk?
'Het inkomen van Max Havelaar-boeren gaat er nauwelijks op vooruit', schrijft de Volkskrant in de eerste alinea. Een onterechte conclusie. Max Havelaar garandeert onder meer een minimumprijs aan boeren als de marktprijs slecht is. Zijn de voedselprijzen hoog, zoals in het jaar van het onderzoek, dan is het logisch dat het verschil in netto inkomen klein is. Maar Max Havelaar biedt veel meer dan een bodemprijs, zoals ook uit de uitkomsten van het onderzoek blijkt.
De feiten op een rij. Het onafhankelijke onderzoek dat het Centrum voor Ontwikkelingsstudies heeft verricht, kent een viertal hoofdconclusies.
De eerste groep die profiteert van fair trade zijn de buren van de boeren. Of te wel, de externe effecten zijn betekenisvol. In regio’s waar meer dan 35% van de koffie of bananen onder de handelsvoorwaarden van Max Havelaar wordt ingekocht , is de prijs gezet en krijgen alle boeren de betere handelsvoorwaarden. Regionale opkopers worden gedwongen te volgen.
Ook op de arbeidsmarkt is er sprake een vergelijkbaar effect. Eigenaren van bedrijven die niet aangesloten zijn bij het fair trade systeem moeten de betere arbeidsvoorwaarden van fair trade producenten volgen omdat zij anders werknemers verliezen. Deze externe effecten creëren ontwikkeling in de breedte van de markt en niet alleen voor een select aantal boeren of werknemers.
De tweede groep die profiteert zijn volgens het onderzoek de kinderen van de boeren.
Kinderen van fair trade boeren gaan vaker en langer naar school. En ze krijgen betere gezondheidszorg. De betere en stabielere prijs van Max Havelaar wordt bij voorrang besteed aan gemeenschapsvoorzieningen. Ook hier profiteren weer hele dorpen en niet alleen de leden van de deelnemende boerencoöperaties.
De derde groep die profiteert zijn de boeren zelf. De boeren hebben een hogere inkomenszekerheid en kunnen investeringen aan. Ze zijn kredietwaardiger en hun bedrijven zijn beter gekapitaliseerd. Jaren terug waren deze boeren meestal arme boeren in een achterstandspositie. Hun inkomen is nu gelijk aan het inkomen van de grote boeren in hun regio. De achterstanden zijn weggewerkt en hun inkomen loopt in de pas met de opbrengsten van de collega’s in de regio. De Volkskrant concludeert dan dat ‘fair trade de boeren niet rijker maakt’. De conclusie van het onderzoek is echter dat alle boeren profiteren van de inkoopmacht van fair trade en dat de kleine boeren van Max Havelaar in veel gevallen hun achterstand wegwerken of zelfs omzetten in een voorsprong als ze omschakelen naar een biologische teeltwijze.
De vierde groep waarop de effecten geanalyseerd worden zijn de vrouwen. Vrouwen profiteren nog in onvoldoende mate van fair trade. Ze nemen nog in beperkte mate deel aan de besluitvorming in coöperaties en daardoor is er onvoldoende aandacht voor hun positie.
De inkomensverbeteringen over de laatste jaren leiden er zelf toe dat vrouwen minder agrarische arbeid gaan verrichten en meer huishoudelijke arbeid. Vanuit een Westers gezichtspunt zou dat een negatieve ontwikkeling zijn. Wie de werklast van de boerinnen kent komt wellicht tot een ander oordeel.
Met Max Havelaar zijn dus velen beter af.
Nico Roozen, directeur Solidaridad





