Kuyichi een sprookje of een droom?
De NRC diskwalificeerde Kuyichi in de zaterdageditie van 7 mei 2011 als een "spijkerbroekensprookje". Kuyichi zou echter -om met Martin Luther King te spreken - ook een droom kunnen zijn waarvan de realisatie afgedwongen moet worden. Gewoon omdat het noodzakelijk is. Misschien is er meer tijd en volharding voor nodig dan verwacht. Maar de aanhouder kan winnen.
Nieuwe feiten genegeerd
De NRC bracht vooral een ‘oud ‘verhaal. Dat de omzetten inmiddels verdubbelen en dat in de collectie die in de komende weken voor het najaar geproduceerd gaat worden minimaal 85% biologische katoen is verwerkt en dat 52% geproduceerd wordt in sociaal gecertificeerde fabrieken bleef onderbelicht.Duurzame innovatie in stapjes
Als er één ding door de geschiedenis van het inmiddels tien jaar oude bedrijf duidelijk is geworden dan is het wel dat het verduurzamen van de kledingketen een immense opgave is. Zo lastig dat menig bedrijf er tot voor kort niet aan wilde beginnen. Kleding begint bij een grondstof; stoffen als katoen, linnen of wol. Leer wordt gebruikt, knopen en ritsen. Er moet gewassen, geverfd en bedrukt worden. Genaaid in goedkope lonenlanden ver van de consumentenmarkt. Een markt met modetrends die een jeans ‘destroyed ‘wil -met gaten-, of ‘dirty' -met vlekken- of ‘sandblasted' met een gezandstraald effect. Aan welke trends doe je als merk wel of niet mee? Waar zijn duurzame grondstoffen te ontwikkelen en meer duurzame productiemethoden? De ontwikkelingsgang van Kuyichi maakt duidelijk dat dit een lange weg is. Met stappen vooruit en soms een terugval. Eerst met kleine stappen als pionier en grote stappen als andere meegaan doen. Het unieke van Kuyichi is dat het aandeelhouders heeft die vasthoudend zijn. Die een directie naar huis sturen als de voortgang in het halen van duurzaamheid niet groot genoeg is. Dergelijke crises zijn Kuyichi niet bespaard gebleven.En er is een tweede les te trekken. Dat de volhouder wint. Want inderdaad de eerste jaren waren moeizaam. Alles moest van het begin af worden opgebouwd. Er was geen voorbeeld; het streven naar duurzaamheid ontmoette aanvankelijk slechts cynisme in de bedrijfstak. De keten moest opnieuw ontwikkeld worden. Duurzame grondstoffen als biologische katoen, waterbesparende wastechnieken, milieuvriendelijke verf- en printtechnieken en naaiateliers met menswaardige werkomstandigheden. En aan gezandstraalde jeans deed Kuyichi van meet af aan maar niet mee omdat dit proces niet te organiseren is op een voor werknemers gezonde werkplek.
Selectieve berichtgeving
Terug naar het als een bedrijfsportret bedoelde NRC-artikel. Met veel aandacht voor de moeizame pioniersjaren. Maar het verhaal blijft daar steken. Waarom niet gemeld wat de kerngetallen zijn van de collectie die op dit moment geproduceerd wordt voor najaar en winter? Het aandeel biologische katoen van deze nieuwe collectie zal minimaal 85% bedragen mogelijk zelfs meer en 52% van de totale collectie wordt geproduceerd in ateliers die gecertificeerd zijn onder een sociaal keurmerk. In 2012 gaat dit percentage omhoog naar 70%. Toegegeven het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar de voortgang mag er zijn.Anonieme bronnen
De negatieve toonzetting van het artikel is terug te voeren op informatie uit anonieme bronnen. Oncontroleerbare informatie wordt snel laster. Deze informatie is terug te vinden als standpunten van ‘kenners' en ‘critici'. Wie dat zijn blijft onduidelijk en met welke kennis van zaken en gezag zij spreken onttrekt zich aan de beoordeling van de lezer. Hun agenda blijft verborgen. En als er een bron wordt prijsgegeven ontstaat een merkwaardig beeld. Prominent wordt in een speciaal kader de heer Wim Strik, fabriekseigenaar in Tunesië geciteerd. "Geen enkele spijkerbroek was ooit van biologische katoen' stelt hij. Een misleidend kader omdat in de tekst van het artikel zelf deze uitspraak wordt genuanceerd omdat in 2005 spijkerbroeken op basis van Oegandese biologische katoen in zijn Tunesische atelier werden geproduceerd. De complexe keten wordt ook geschilderd; katoen uit Oeganda, tot draden gesponnen in Spanje, geweven in Marokko en verwerkt tot kleding in Tunesië. Dat het vervolgens weer enige tijd nam om dit logistieke traject op een meer economische verantwoorde manier te organiseren behoeft toch eigenlijk geen toelichting. Pionierswerk is lastig. Dat Kuyichi uiteindelijk de productie van jeans weg moest halen bij het bedrijf van de heer Strik wordt uit het verdere verloop duidelijk. Strik ontkent nog steeds ‘dat er iets mis is ‘ terwijl vast is gesteld dat hij het overwerk van zijn personeel niet goed laat registeren en de uren niet uit betaald worden. Toen het bedrijf hierin geen verandering wilde brengen, ondanks herhaaldelijk aandringen van Kuyichi, moest omgekeken worden naar een ander productiebedrijf. Er is een simpel principe. Werk moet betaald worden.Toch wel gecertificeerd
De productie werd verplaatst naar het naburige Fashion Company Sahel. De NRC meldt dat ook deze producent niet gecertificeerd was. De reden destijds om voor dit bedrijf te kiezen was nu juist dat het bedrijf gecertificeerd is onder BSCI.Over menige productieketen is een dergelijk verhaal te vertellen. Over dat het prachtige Oro Blanco project in Peru beter te koppelen was aan de Amerikaanse markt dan aan de Europese markt. Het is prima als Kuyichi boeren op weg helpt en dat zij later andere marktkansen gaan benutten en hun eigen weg gaan.
Zware beschuldiging zonder bron
Het artikel maakt zonder bronvermelding melding van het feit dat een Turkse gecertificeerde fabrikant bij grote drukte productie uitbesteedt aan niet-gecertificeerde ateliers. Nu is ‘sub-contracting' een veel voorkomend verschijnsel in de textielbranche. Dat is de reden waarom Kuyichi hierover helderheid vraagt bij haar leveranciers. De Turkse fabrikant heeft een schriftelijke verklaring afgegeven waarin hij garandeert dat eventuele sub-contracters ook gecertificeerd zijn. Stel nu dat alsnog zou blijken dat dit niet geval is, wat te doen? Dan is de constructieve Solidaridad-methode het opstellen van een plan van aanpak om de fabrikant te helpen dit probleem op te lossen. Telkens fabrikanten aan de schandpaal spijkeren is de ‘oude' methode. Effectiever is samen de transitie organiseren. Als dat niet lukt kan altijd nog omgezien worden naar een andere producent om vervolgens met een hoge mate van zekerheid opnieuw geconfronteerd te worden met dit zelfde probleem. Dat schiet niet op.Aan de bedrijfsmatige kant van het verhaal is Kuychi niet veel bespaard gebleven.
Fraude bij de start. Nog steeds is niet geheel opgehelderd wat de achtergrond was. Maar duidelijk is wel dat het toen nog jonge bedrijf adequaat actie heeft ondernomen. Aangifte, veroordeling van de verantwoordelijke directeur en (gedeeltelijke) compensatie van de schade. De drie directiewisselingen geven aan hoe moeilijk het is om een gekwalificeerde en aan de doelstellingen van het bedrijf gecommitteerde bedrijfsleiding te krijgen. Trage omzet groei in meerdere jaren was het beeld, maar recentelijk een versnelde groei. De omzet over dit jaar zal het dubbele bedragen van dat van het afgelopen jaar. Van een jaaromzet van 10 naar 21 miljoen euro. Er was zelfs voor 24 miljoen euro verkocht aan de winkels, maar door de crisis in Tunesië kon een gedeelte van de verkochte collectie niet geproduceerd en tijdig uitgeleverd worden aan de winkels. Dat is de prijs die Kuyichi graag betaalt voor de Arabische lente, al is dat bedrijfsmatig lastig. Het gaat goed met het bedrijf, al krijg je uit het NRC-verhaal niet die indruk. Het zijn vooral oude koeien die uit de sloot gehaald worden.
Het bedrijf heeft een nieuwe strategie die, zoals het vooralsnog lijkt, werkt. In Engeland, Ierland, Frankrijk en Duitsland zijn eigen merkwinkels geopend; steeds meer winkelondernemers zien brood in een duurzaam product.
Financiering uit de markt in plaats van giften
Financieel is Kuyichi in een rustig vaarwater terecht gekomen. In de eerste jaren hebben ontwikkelingsorganisaties zoals Cordaid, Icco en Solidaridad de kar getrokken. Niet met giften maar met investeringskapitaal. Triodosbank en Oikocredit namen de kredietfinanciering voor hun rekening. Dit is ‘zaaigeld'gebleken voor de pioniersfase.De markt heeft de dekking van de verdere financieringsbehoefte opgepakt. Er zijn in de loop van de tijd twee particuliere investeerders ingestapt die het leeuwendeel van de financiering voor hun rekening hebben genomen. En de ethische banken hebben navolging gekregen van commerciële partijen die bv de factoring voor hun rekening nemen.
Solidaridad heeft twee keer in een sector een bedrijfsmatig initiatief genomen om een bedrijfstak open te breken met een duurzaam voorbeeld. In 1996 de bananensector met de oprichting van AgroFair te Barendrecht. Dit bedrijf heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van de fair trade en organic markt voor bananen. In alle opzichten een succesvol bedrijf; in het vervullen van haar missie en commercieel gezien. Na enkele jaren van pionierschap heeft Solidaridad haar aandeel verkocht aan particuliere investeerders. De winst is geïnvesteerd in het tweede initiatief; Kuyichi voor de sensibilisering van de kledingindustrie. Dat is een meer weerbarstig traject gebleken.
Soms heeft de vertwijfeling wel eens toegeslagen. Bepaalde ontwikkelingen zijn vervloekt, maar telkens zijn de problemen met een positieve energie en creativiteit overwonnen.
Uiteindelijk blijkt het ook een ervaring te zijn die we niet hadden willen missen. De gang die Kuyichi heeft doorgemaakt heeft Solidaridad een betere transitiemanager voor de kledingindustrie gemaakt. Deze ervaring is nuttig geweest voor ons partnerschap met de vele kledingbedrijven waarmee Solidaridad op dit moment samenwerkt. Er is in de afgelopen tien jaar veel gebeurd in de sector. Leidende kledingbedrijven gaan geleidelijk kiezen voor duurzame oplossingen en weten hun weg te vinden naar die eigenzinnige ontwikkelingsorganisatie die de klus al een keer geklaard heeft. In de media en in het gesprek met de activistische pressiegroepen zal de discussie wel blijven gaan over de aloude vraag of het glas nu half vol is of half leeg.




