Positieve stap op weg naar duurzame palmolie

20 september 2013

Volgens Solidaridad is de stap van CONO bijzonder. Marieke Leegwater, programma manager palmolie bij Solidaridad hoopt dat andere bedrijven nu snel volgen.

“De aanschaf van certificaten betekent een positieve impuls voor de duurzame productie van palmolie door producenten over de hele wereld. Het stimuleert boeren om duurzaam te produceren omdat de markt ze hiervoor beloont. Het is heel goed als bedrijven die palm producten kopen, hierin hun verantwoordelijkheid nemen.”

Palmolie productie groeit snel

Palmolie is op dit moment de meest verhandelde plantaardige olie ter wereld, omdat de opbrengsten per hectare hoog zijn. Het gebied waar palmolie wordt geproduceerd breidt snel uit. Als uitbreidingen niet goed gepland worden, dreigen ze gepaard gaan te gaan met ontbossing van waardevolle natuurgebieden, het vernietigen van leefgebied van inheemse bevolking en slechte arbeidsomstandigheden voor arbeiders en een marginale positie voor de kleinere boeren. Solidaridad werkt aan de verhoging van productie door boeren op bestaande landbouwgronden, maar met minder schade voor het milieu. Op die manier kunnen boeren een beter inkomen verdienen, zonder ernstige ecologische schade.

Training voor hogere productie in Maleisië

De afgelopen jaren heeft CONO kaasmakers via Solidaridad en de Maleise organisatie Wild Asia geïnvesteerd in trainingen en verbeteren van teelt en arbeidsomstandigheden van kleinschalige boeren bij een drietal tal plantagebedrijven: Twenso en Benso Oil Palm Plantations in Ghana en Keresa Oil Palm Mill in Maleisie. Bij Keresa Oil Palm Mill heeft de inzet geleid tot certificering volgens de regels van de Ronde tafel voor duurzame palmolie, RSPO, een mondiaal initiatief om te komen tot duurzaam geproduceerde palmolie. CONO kaasmakers is trots op de aankoop van de eerste certificaten van palmpitmeel ter wereld, zegt Eric Hulst, directeur CONO Kaasmakers

“We bouwen in de Beemsterpolder de groenste kaasmakerij ter wereld. Een van de belangrijke dingen voor ons is dat we ook de verantwoordelijkheid nemen voor de grondstoffen die onze melkveehouders gebruiken. Daarbij kijken we naar het leefmilieu van mensen die het produceren, zoals in dit geval de boeren in Maleisie.”